Columns

Columns eerder gepubliceerd in "Lef": tijdschrift voor volksdansmuzikanten.
De columns zijn geschreven van 1995 t/m 1997. De gebeurtenissen waarover geschreven is, hebben plaatsgevonden tussen 1990 en 1997.

Jeannette.

In 1995 schreef ik een column over een optreden in de "Weverkeshof" in Nuenen, waar we een luisterprogramma speelden op 18 september 1994.
Eén van de luisteraars was een klein kind van een jaar of drie, die behoorlijk aanwezig was.

Kijk eens, ik sta

Kinderen bij een luisterprogramma geven een optreden altijd iets extra's. Zij zijn meestal heel enthousiast (gaan spontaan dansen), vaak onvoorspelbaar (kunnen ineens achter elkaar, door de zaal gaan rennen), en soms zijn ze ook erg overtuigd van hun bijdrage aan het geheel.
We speelden eens op een alternatieve boerderij, ergens in het Brabantse land.
Onder de belangstellende luisteraars was er dat ene kind, van een jaar of drie, dat geheel onbevangen, nogal veel aandacht vroeg.

Zo'n klein kind heeft iets onweerstaanbaars, iets waardoor ik het niet kan laten om te reageren. Zo'n kind hoeft maar te roepen: "Kijk, ik heb een nieuwe jas!" (wat ze ook deed), of ik reageer daar heel verheugd op, al is het onder het spelen.
Misschien niet altijd even verstandig, maar zo'n kind kan erg vasthoudend zijn. Zeker dit kind, bleek al gauw. Dus meteen reageren lijkt vaak de beste oplossing. Maar dan ben je er nog niet! De nieuwe jas was slechts een inleiding. Daarna volgt een hele verhandeling over de bijzonderheden van deze jas ten opzichte van de vorige. Dit neemt wel een aantal nummers in beslag.
Ja, we spelen gewoon door!
Inmiddels toch benieuwd of pa en ma misschien ook aanwezig zijn, daar terloops eens naar gevraagd. Nou, mama was er wel. "Maar papa niet hoor! Nee, papa is tennissen, en ja... daar heb je dus niets aan, hè!"

Bij de volgende nummers gaat ze enthousiast meeklappen. Daarbij opmerkend:
"Ik kan goed klappen, hè?" Dan gaat ze er ook nog bij dansen.
Inmiddels heeft ze het idee gekregen dat ze een onderdeel van het programma is geworden. Als we dan ook het volgende nummer inzetten zonder haar erbij te betrekken, roept ze dwars door de zaal: "Even wachten! Wacht nou op mij! Ik hoor er toch ook bij!"
Voor de andere toehoorders werd het nu toch te gortig en ze beginnen zich er een beetje aan te ergeren. Toen hebben we het kind verteld dat ze er wel bij hoort, maar dat ze nu toch echt moet gaan zitten en heel goed moet luisteren. Dat deed ze; en een tijd lang is het stil...
Maar dan klinkt het doordringende stemmetje: "Kijk eens, ik sta!"

april 1995.